Van den Nieuwenhuyzen in Nederlandse cel |
Vrijdag 23 November 2007 |
Joep van den Nieuwenhuyzen is maandag door Zwitserland uitgeleverd. De “bedrijvendokter” wordt verdacht van het onttrekken van aanzienlijke geldbedragen aan één van zijn ondernemingen die failliet dreigde te gaan. Oftewel: faillissementsfraude. Er is de laatste tijd veel aandacht voor faillissementsfraude, een verzamelbegrip van onrechtmatige handelingen die leiden tot benadeling van schuldeisers en die plaatsvinden voorafgaand aan of tijdens een faillissement. Daarbij kan gedacht worden aan het opzettelijk benadelen van schuldeisers door het wegsluizen van bezittingen of vermogen, of het laten verdwijnen van de boekhouding. De omvang van de fraude kan variëren van het “redden” van het antieke bureau van grootvader tot het laten wegvloeien van honderdduizenden euro’s via ingewikkelde BV-constructies. Naar schatting wordt in een derde van de faillissementen een vorm van fraude gepleegd. De schade die hierdoor wordt aangericht is aanzienlijk en is volgens sommige bronnen veel hoger dan de schade die voortvloeit uit bijvoorbeeld uitkeringsfraude. Een curator heeft een aantal middelen waarmee fraudegevallen kunnen worden aangepakt. Zo kunnen transacties die hebben plaatsgevonden voorafgaand aan het faillissement, en die nadelig zijn geweest voor schuldeisers, onder omstandigheden worden teruggedraaid (de zgn. actio pauliana). Heeft de gefailleerde bijvoorbeeld vlak voor faillissement zijn onderneming voor een appel en een ei overgedragen aan zijn neef, dan kan de curator deze overdracht vernietigen en deze alsnog verkopen ten gunste van de gezamenlijke schuldeisers. Verder kan de curator in sommige gevallen de bestuurder van een BV aansprakelijk stellen voor de schulden, voorzover deze niet kunnen worden voldaan. De curator kan zich dan verhalen op diens privé-vermogen. Voordeel van het instellen van de actio pauliana of bestuurdersaansprakelijkheid is, dat het kan leiden tot opbrengsten voor de faillissementsboedel, waarvan de gezamenlijke schuldeisers kunnen profiteren. Daarnaast kan de curator aangifte doen bij justitie. In de praktijk blijken curatoren dit slechts zelden te doen. Allereerst omdat bij hen de indruk bestaat dat politie en justitie niet daadkrachtig genoeg zijn als het gaat om de aanpak van faillissementsfraude. De aangiftes kunnen wegens capaciteitsgebrek niet worden behandeld, waardoor jaarlijks veel zaken blijven liggen. Bovendien menen curatoren dat zij geen verlengstuk zijn van politie of justitie. Zij werken in de eerste plaats voor de boedel en komen in beginsel alleen in actie wanneer de boedel daarbij gebaat is, of er in ieder geval niet door geschaad wordt. Aangifte kan leiden tot gevangenisstraf of een boete, maar de faillissementsboedel schiet daar niets mee op. Beide factoren zijn eigenlijk geen geldige argumenten om het doen van aangifte achterwege te laten. Het is juist dat justitie tot enkele jaren geleden weinig prioriteit gaf aan het bestrijden van faillissementsfraude. Dit beeld is echter de afgelopen jaren in positieve zin veranderd. Zowel het openbaar ministerie als andere belangrijke spelers (zoals belastingdienst, FIOD-ECD en UWV) investeren in mankracht en expertise, waarmee faillissementsfraude het hoofd kan worden geboden. Op deze manier wordt nog slechts een fragmentarisch deel van de fraude bestreden. De effectiviteit van de fraudebestrijding kan nog verder worden vergroot door betere samenwerking tussen openbaar ministerie, curator, belastingdienst en andere betrokkenen. Verder dient de curator niet uitsluitend de belangen van de faillissementsboedel te behartigen. Hij is daarnaast verplicht ook andere belangen, waaronder maatschappelijke belangen, te behartigen. Het grote maatschappelijk belang dat gemoeid is met de bestrijding van faillissementsfraude kan onder omstandigheden de plicht met zich meebrengen om in evidente fraudegevallen over te gaan tot aangifte bij justitie. De overheid heeft een aantal preventieve en regressieve maatregelen doorgevoerd, zoals de invoering van de Wet BIBOB, het Centraal Insolventie Register en de Garantstellingsregeling Curatoren. Los van de vraag of deze maatregelen voldoen, hebben ook de curatoren een belangrijke taak bij de bestrijding van faillissementsfraude. Zij dienen daarmee het maatschappelijk belang, hetgeen ook de geloofwaardigheid van de beroepsgroep ten goede komt. De Rechtbank Amsterdam heeft de Amsterdamse curatoren opgeroepen aangifte te doen in gevallen van fraude. Ook curatoren van De Vos & Partners zagen zich al enkele malen genoodzaakt hiertoe over te gaan. Wij hebben de ervaring dat een goede samenwerking met onder meer het openbaar ministerie kan leiden tot onverwachte resultaten. Zo leidde aangifte bij justitie ertoe dat een dure auto, die met crimineel geld was bekostigd door gefailleerde en bovendien buiten het zicht van de curator was gehouden, in beslag kon worden genomen op grond van ontnemingwetgeving. De verkoopopbrengst is vervolgens gedeeltelijk ten goede gekomen aan de schuldeisers. Daarmee werd niet alleen het maatschappelijk belang, maar ook het boedelbelang gediend. |