Faillissementsrecht: werk in uitvoering

Dinsdag 01 April 2008

De Nederlandse faillissementswetgeving dateert uit 1894 en is hard aan vernieuwing toe. Meerdere schrijvers vergeleken de huidige Faillissementswet met een oud monumentaal pand: mooi en degelijk opgericht, maar provosorisch onderhouden waardoor het niet meer voldoet aan de moderne eisen van comfort. Afbraak is niet wenselijk maar een ingrijpende renovatie is hoogst noodzakelijk. De eerste stap is gezet: op 1 november heeft de Commissie Insolventierecht onder leiding van prof. mr. S.C.J.J. Kortmann haar Voorontwerp van een nieuwe Insolventiewet aangeboden aan de Minister van Justitie.

De nieuwe Insolventiewet volgens het Voorontwerp bouwt voort op het bestaande insolventierecht en is dus geen uitvloeisel van nieuwe theorieën. Er zullen voornamelijk procedurele veranderingen worden doorgevoerd, die echter talrijk en ingrijpend van aard zijn.

De drie bestaande procedures, faillissement, surséance van betaling en WSNP, worden samengevoegd tot één insolventieprocedure. Dit moet leiden tot deregulering en gelijkschakeling van procedures die nu nog - vaak om onverklaarbare redenen - verschillend geregeld zijn.

Een belangrijke doelstelling is de versterking van de reorganiserende functie van het insolventierecht. Op dit moment is de surséance van betaling nauwelijks effectief te noemen. Het Voorontwerp bevat voorzieningen die moeten leiden tot versterking van het minnelijk traject, hetgeen zowel de sanering van schulden van natuurlijke personen als de mogelijkheid tot informele reorganisatie van ondernemingen ten goede komt; in beide gevallen wordt een stille bewindvoerder benoemd. Ook wordt de mogelijkheid tot totstandkoming van een dwangakkoord versterkt. Verder bevat het Voorontwerp een gewijzigde en uitgebreide regeling van de afkoelingsperiode, en is de regeling met betrekking tot lopende overeenkomsten gewijzigd.

Daarnaast beoogt het Voorontwerp de positie van (bepaalde) schuldeisers te versterken. De groep boedelschulden wordt flink beperkt, en uitdelingen aan preferente resp. concurrente schuldeisers zullen worden verricht in de verhouding 2:1. Afschaffing van het bodemrecht en bodemvoorrecht van de fiscus wordt bepleit. Verder krijgen de schuldeisers meer mogelijkheden tot rechtstreeks toezicht op de bewindvoerder. De rol van de rechter-commissaris zal beperkt worden tot enkele kerntaken.

Tenslotte bevat het Voorontwerp een aantal bepalingen die nauw aansluiten op hedendaagse ontwikkelingen, zoals bepalingen die faillissementsfraude beogen te bestrijden, een regeling voor een geconsolideerde afwikkeling van meerdere insolventies en bepalingen die betrekking hebben op internationale insolventies.

Wanneer en in welke vorm de Insolventiewet zal worden ingevoerd, kan op dit moment niet worden aangegeven: er moet nog veel water door de zee. Vast staat wel dat de invoering van een nieuwe wet zal voorzien in een behoefte, al was het maar omdat Nederland met zijn huidige faillissementsregeling sterk achterloopt op verschillende Westeuropese landen.


< terug print deze pagina
De Vos & Partners Advocaten
P.C. Hooftstraat 5-11
1071 BL Amsterdam
Nederland

T:+31 (0)20 2060700
F:+31 (0)20 2060750
info@devos.nl

Ernst Jan Beerdsen